Terug HOME PAGE

Lotte Ruiter (1954) groeide op met een paranormaal begaafde vader en buurman. Dit leidde  naar haar eigen praktijk in de alternatieve hulpverlening die ze nu al meer dan dertig jaar runt. Ze begon op jeugdige leeftijd te schrijven om de haar gegeven buitenzintuiglijke waarnemingen toegankelijk te maken voor de huiverige buitenwereld, met als waarschuwing om vooral het evenwicht tussen beide werelden te bewaren en de voetjes op de grond te houden, zonder de echte paranormale zaken te ontkennen. 

De geestverwanten, Lotte Ruiter - ISBN 978-90-484-0022-5
vaste prijs € 17,95 verzendkosten per exemplaar € 2,76 (NL) € 3,88 (EU)
Uitgever: Free Musketiers

1

De ontevreden ogende vrouw tegenover mij in de spiegel had twee diepe rimpels in haar gezicht, groeven die genadeloos van de neusvleugels naar haar mondhoeken hun weg hadden gezocht. Twee lijnen die evenwijdig liepen ten opzichte van elkaar maar dan in spiegelbeeld, messcherp gesneden als twee diepe ravijnen die het lieflijke heuvellandschap onverwachts afkapte met een gemene kloof. Maar ik vond het niet dichterlijk, ik zag alleen maar die twee gemene rimpels die verontwaardigd naar me staarden. Het gezellige ronde hoofd met de bolle wangen, de heldere blauwe ogen, de mooi gevormde wenkbrauwen waar ik altijd zo trots op was en de altijd goedlachse mond zag ik nu welbewust niet.

"Waren die rimpels er nu gisteren ook al?"

Ik praatte weer eens tegen mezelf.

Was ik eigenlijk wel wakker? Het verplichtte me nog eens beter te kijken.

Ik had goed geslapen voor mijn doen. Oké, ik werd drieënvijftig, maar dan nog op één nacht tijd zulke negatieve groeven langs mijn mondhoeken krijgen zou niet mogen gebeuren! Of had ik er nooit eerder opgelet misschien? Die rimpels trokken mijn mondhoeken akelig negatief naar beneden. Ik deed een poging te lachen tegen mijn spiegelbeeld om die rimpels op te trekken. Maar helaas, het lukte maar even. Ze zakten met overgave weer in hun oude plooi terug. Nu was ik dus wel degelijk wakker en kwaad tegelijk.

"Ik wil een ander beroep," had ik gisteren nog tegen mijn partner gezegd.

"Wel, ga achter de kassa zitten bij de supermarkt," stelde hij opbeurend voor.

"Dat bedoel ik niet en dat weet je best," had ik hem niet bepaald liefdevol toegebeten.

"Ook Goedemorgen, Sandra," zette ik het gesprek met mezelf voort via mijn spiegelbeeld.

Ik wreef demonstratief wat extra dagcrème in die negatieve mondhoeken terwijl ik wist dat dit geen soelaas zou bieden, maar ik had ze dan tenminste even weg gewreven tezamen met die ontstane wrevel, overdrachtelijk gezien. De spiegel zou eens stuk kunnen springen van al die rottigheid! Nog bijgelovig ook zeker? Hè, mijn kleding zat ook allemaal net te strak. Ik sjorde aan mijn opkruipende rok. Ik kreeg een buikje en dikkere borsten. Die spiegel zou het inderdaad wel kunnen begeven als het spiegelbeeld het zelf voor het zeggen had.

"Mag het een pondje meer zijn mevrouw?"

"Doe maar gerust slager."

Maar wie zag het? Je voelde het wel maar dan alleen als iets dat je net even belemmerde in je vrije bewegingen en je correcte ademhaling.

"Je moet wel doorademen hoor, anders zit ik hier straks met een lijk," grapte ik vaak tegen een cliënt, die deze manier van aanpakken wel kon hebben, want je had er ook waar je delicater mee om moest springen.

"Doe die strakke broek eens los!"

Maar wat deed het rolmodel zelf in de praktijk? Het verhaal was toch dat de huisschilder zijn eigen huis ook niet tijdig in de verf zette wat dan maar stond te verpauperen? Goed beschouwd was het dus een normale zaak. Conclusie van de pseudo-psychiater: "joepie ik ben blijkbaar toch een normaal mens!"

Terwijl ik de trap afliep werd ik de warmte van de zon gewaar die door het venster naar binnen viel. Zowaar na al die weken regen een deugd, al zag ik wel meteen hoe vuil de ramen waren. Kon een mens ook depressief van worden, van het weer dan en anderen van vuile ramen. Lekker was dat, die warmte op mijn huid. De warmte van de zon versus de koele, hoe zal ik het zeggen, genegenheid van de maan? Is dat het goede woord? Ik hield van de maan, meer dan van de zon. De maan kon je omarmen en koesteren, de zon was verzengend en kon je verbranden met haar stralen. Ze hadden me vroeger als kind wel met een grapje uitgemaakt voor heks, omdat ik zo graag buiten wilde zijn met volle maan.

Ik ontwaakte uit mijn dromerij door een kattenrug die langs mijn benen streek en een staartje dat trillend van emotie bijna aan mij vastkleefde zodat ik voorzichtig verder liep om niet over hem te struikelen en samen met hem onzachtzinnig een verdieping lager te belanden.

"Dag mooie vent, we zullen er weer tegenaan moeten hè vandaag, ons beste beentje weer voor zetten maar soms denkt het vrouwtje, voor wát eigenlijk! Toch maar achter de kassa dan?"

De kater waggelde gezellig voor me uit, hij kende de route naar mijn werkkamer. De spiegel in de hal gaf mijn gezellig ronde silhouet weer in het voorbijgaan. Even leek het of de spiegel beleefd vooroverboog en naar me knikte.

"Dag mevrouw,"

"Dag spiegel."

Zo gek als een kwartje was ik dus al. Niks normaals meer aan! Ik neuriede zacht zingend: "Nou en?"

Als ik er verder niemand kwaad mee deed, was het toch goed? Mijn gedachten waren toch zeker van mezelf? Mijn klantjes hoefden niets te weten en verder, wie wilde nou echt weten wat er in mijn brein omging? Ik moest weten wat er in een iemands brein omging en met het mijne hadden ze niks te schaften. Zo was het toch, daar betaalden ze toch hun goede geld voor? De therapeut was een beetje depri, nou en? Massa’s mensen hadden dat wel eens. Zo leuk was het leven nou ook niet altijd. En al die problemen van anderen, gingen je toch ook niet in de koude kleren zitten, mopperde ik nog wat door in mezelf en schakelde van het ene naar het andere onderwerp. Allemaal duidelijke signalen voor mij dat ik niet goed in mijn vel zat, tenminste wanneer het een ander betrof, maar nu betrof het mezelf en dat was niet hetzelfde!

De dag verstreek volgens de agenda met afspraken. Ik luisterde, gaf mijn mening, schreef recepten uit, nam bloeddrukken en maakte notities. Ogenschijnlijk rustig en mezelf, maar binnenin was het niet helemaal zo als het hoorde. Behalve een licht verhoogde hartslag die je amper voelde als je druk bezig was, voelde ik een wrevel over de mensen die tegenover me zaten. Ze stelden zich aan, ze maakten van een mug een olifant en konden niet toegeven dat ze zelf mee oorzaak waren dat hun huwelijk in het slop zat. Alles was altijd de schuld van de partner. Ik zei wat ik moest zeggen en wat ze van me verwachtten, maar het voelde niet goed. Ik hoorde alles te geven met hart en ziel en dat mankeerde er vandaag aan, of het hart of de ziel was er niet bij.

De meeste mensen merkten het niet en een enkeling keek me even onderzoekend aan zonder iets te durven vragen. Alleen een hoog bejaarde moeder met inmiddels gepensioneerde dochter die nooit ergens doekjes om wonden en mij al jaren kenden, vroegen het gewoon:

"is er iets, je bent zo stil vandaag?"

"Kassa," dacht ik, maar ik zei:

"nee hoor, ik denk na over moeder Bakker haar situatie."

Maatwerk. Een kleermaker leverde maatwerk, maar kleermakers waren er haast niet meer: het is allemaal fabriekswerk geworden. Ik leverde ook maatwerk in de gezondheidszorg: van pas gemaakt en op het lieve lijf van één persoon toegespitst. Maar werd deze zelfstandige werkvorm dan ook met opheffen bedreigd? Waren er nog meer éénzaten zoals ik? Ja, die waren er, maar hoe zei ik dat zelf ook maar weer zo sprekend: net als met borstvoeding, wanneer je afneemt wordt er nieuw aangemaakt. Maar werd er bij mij nog afgenomen? Of maakte ik zelf niet meer aan, was ik te oud geworden om nog borstvoeding te kunnen geven?

Ik maakte even een pas op de plaats, nu niet wegzakken in je gemijmer, lever dat maatwerk, bewijs dan het tegenovergestelde. Het gelijke met het gelijke bestrijden en genezen. Geneesheer genees uzelf!

Toen de laatste afspraak de deur uit was sloot ik de voordeur af, ruimde mijn bureau wat op en ging mijn weg terug langs de spiegel in de hal, naar het appartement boven. De spiegel knikte me toe, mijn eigen figuur leek te vervagen en even stond er een totaal andere persoon die uit die spiegel dreigde te komen om mij vast te pakken. Nu kon ik op zich wel een arm om mij heen gebruiken, maar dan toch niet graag van een vreemde:

"Dan moet je vlugger zijn, spiegeltje aan de wand!"

Het gehele verhaal vindt u in mijn boek DE GEESTVERWANTEN

 

 

Voor inlichtingen, opmerkingen, commentaar enz.

email Lotte RUITER

Telefoon: 0115 - 85 12 65

Terug naar begin