Huize HEKSENKATER

Hoofdstuk 1 Achter het luikje.
Het luikje knarst open. Dat luikje zit in de deur. Die deur is van mijn hok. Ik word wakker van het geluid. Het is de vrolijke knars. Een hand komt om de hoek en schuift een bakje naar binnen.
Een hand met rimpels, een oude hand. Het water spettert over de rand. Nog een bakje wordt er achterna geduwd. Vol met brokjes.
"Hier Grijze, dat is voor jou."
Het klinkt een beetje boos, maar ik weet dat dit niet waar is. Ik ken die hand wel en het is geen slechte hand. Dat voel ik heel goed als die hand me aait. Het luikje knarst weer dicht. Nu is het de vervelende knars van opgesloten zitten. Ik snuffel even aan mijn eten, maar ik heb geen trek.
Overal gaan nu luikjes open en dicht. Ik hoor allemaal geluiden. Bekende geluiden. Elk luikje heeft zijn eigen knars of piep. Ik ruik allemaal geuren Bekende geuren. Ik weet alles hier zo goed dat ik het bijna kan zien. Dat is dus geen zien, maar een soort voelen. Kijk maar naar Joris. Dat is ook een poes. Hij zit in het hokje naast me.
Ik weet dat hij nu gulzig aan zijn brokjes begint te knabbelen. Ik zie dat niet echt, maar ik voel het wel.
Dat komt door de geluiden die ik zo goed ken. Joris heeft een scheef bekje en een manke poot.
Dat komt door een ongeluk.Maar hij is heel lief. Joris heeft altijd honger en is niet zo kieskeurig.
Hij is zo gulzig dat zijn bak wegschuift en de brokjes eruit vliegen.
Aan de andere kant van mijn hok, weet ik malle Egbert. Hij heeft een gescheurd oor en maar één goed oog. Hij is vroeger eens aangevallen door een grote hond. Hij vertelt dat verhaal elke keer opnieuw. Trouwens hij kan nog steeds niet goed opschieten met de honden.
De honden zitten aan de overkant van de gang. Het gaat hier nogal gemakkelijk en gezellig.
Geen strenge regels hoe alles moet of niet moet. Maar wel altijd netjes schoon. Dat doet de hand, die ruw is geworden van al dat schrobben en dweilen. Het gekke is dat als ze mij aait, ik dat niet eens voel. Ik lik mijn vacht, mijn pootjes en als laatste mijn staart . Dan rol ik me op in een rondje om verder te gaan slapen.
Hoofdstuk 2 Achter de Deur.
Ik word opnieuw wakker uit mijn dromen. Dit keer door het geluid van tegen elkaar klotsende emmers. Oude emmers, van metaal. Ik hoor de stem van de hand: "Kom jongens, allemaal naar buiten..." Ik hoor keffen, blaffen en janken. Ik hoor allemaal poten in de gang voorbij rennen.
"Dag Grijze..." Dat is Mentor, weet ik. Hij is een oude Duitse Herdershond, met een zware stem.
"Hoi Grijze..." Dat is de veel hogere stem van Kallo. De hoogbenige windhond, die het altijd koud heeft. Een bonte mengeling van rassen uit verschillende landen.
Er zit een Chinese Chowchow. Nog een Duitse Herdershond. Kallo is een Afghaanse windhond.
Dan natuurlijk de zwervertjes en straathonden. Die hebben geen stamboom. Dat noemen de mensen ook wel heel gemeen: "Vuilnisbakkenras". Maar al die verschillende soorten, dat hindert niet hoor.
Het is anders dan bij mensen geloof ik, want mensen uit verschillende landen maken vaak ruzie of oorlog. Dieren doen dat niet zo. Als er een nieuweling komt, dan blaast die eerst wel eens hoog van de toren. Ze willen dan even laten zien dat ze best belangrijk zijn. Maar dat zijn ze niet want anders zit je niet in het asiel. Als ze hier wat langer zitten, gaat dat ook vanzelf over. Af en toe een grom of een beet, als er in de ren te ruig wordt gespeeld. Maar daar blijft het wel bij.
Dan zwaait mijn deur ook open. Twee benen in groene rubberlaarzen staan voor mijn neus.
"Hup Grijze, ga jij er ook eens even uit." Ik voel een rubberlaars onder mijn staart .Een duwtje in de richting van de gang. Niet hard hoor, zachtjes. Ik ben al oud en een beetje stijf. Ik loop een beetje moeilijk. Nu wandel ik voorzichtig om de natte plassen heen door de gang naar de keuken. Ik spring op de tafel. Dan kan ik alles en iedereen goed in de gaten houden. Dan kan ik ook verder kijken dan alleen de rubberlaarzen.
Ik zie het gebloemde werkschort. Ik zie de handen in gele huishoudhandschoenen. De bekende gele fles met rode dop en letters. Ze spuit dat op de grond en gaat dan schrobben. "Dat moet," zegt ze, "als het niet schoon is worden jullie misschien ziek..." Ik zie haar hoofd met grijze krullen en de kuiltjes in de wangen. Nee, de kuiltjes zijn er nu niet, want ze is heel hard met de bezem aan het vegen. Ze zucht af en toe. Ze zucht de laatste tijd wel meer.
De geur van bleekwater vult mijn neusgaten. Achter mij op het aanrecht pruttelt de koffie op het kleine gaspitje. Elke dag op dezelfde tijd. Mijn rechter been doet pijn van het op de tafel springen.
Ik ga er even weer bij liggen. Als ik wakker word, zit ons vrouwtje in de rieten stoel met een kopje oud geworden koffie en ze kijkt me aan. Ik kijk terug en knipoog. "Alles is weer klaar, Grijze. Iedereen heeft weer een schoon bedje. Misschien kan ik het morgen een beetje rustiger aandoen. We worden oud jongen, we worden oud." Ik ben het helemaal met haar eens.
Het gehele boek kunt u geleverd krijgen in PDF-format door € 7,50 over te maken op ING-bankrekeningnummer 9321381 van HERBARU B.V. Terneuzen onder vermelding
HEKSENKATERLotte Ruiter
Telefoon: 0115 - 85 12 65