Terug HOME PAGE

Per saldo naakt
Lotte Ruiter

"Maniak!"

Ik trapte ferm op de rem. De auto links naast me schoof bliksemsnel voorbij en belandde nu voor mij in de aaneengesloten gelederen. Eén plaats opgeschoven, wat een winst! Graag had ik nu mijn middelvinger opgestoken, maar als ik op de fiets was geweest had ik met mijn wijsvinger naar mijn vrouwelijke geslachtsdelen gewezen terwijl ik mijn lange benen sprekend van de trappers had gehaald en wijd had uitgespreid. "Als je de mond niet kunt gebruiken moet je duidelijke aanwijzingen geven," was mijn stellige motto. De auto achter mij moest ook afremmen en slingerde zag ik in de achteruitkijkspiegel.

De ene helft van het verkeer was impulsief en flitsend, de andere helft juist afwachtend en traag. Behoorlijk geërgerd door deze chaotische en niet ongevaarlijke situatie op de Belgische snelweg besloot ik deze weg niet verder te volgen, maar mijn route te wijzigen. Alsof ik wakker was geschud uit de cadans van de asfaltplaten door dit incident met de ‘maniak’ nam ik de eerste de beste afslag, richting Nederland. Het schemerde al, toen ik de kustweg Knokke-Antwerpen achter me liet, de grens passeerde en achteloos een van de dorpen binnenreed. Was het wel achteloos of was het juist een bewuste handeling geweest? Het flitste gevaarlijk voor mijn ogen. Migraine? Nee, eerder een luikje in mijn hersenpan dat onverwacht open ging en er allerlei oude gedachten over elkaar heen naar buiten kwamen tuimelen. Het leek wel een overval. Mijn gezichtsveld werd wazig. Toch een opkomende migraine! Routinematig reed ik verder.

De weg hoefde ik niet te zoeken: ik kende het dorp als mijn eigen broekzak en dat zou in die twee jaar dat ik letterlijk van het toneel verdwenen was, niet zoveel veranderd zijn dat het onherkenbaar was geworden. Sommige appartementsgebouwen waren nieuw voor me en verstoorden het beeld van mijn herinnering. Voor mijn gevoel hoorden ze hier niet te staan, ze pasten niet in de landelijke omgeving. Ook het kleurenpallet was anders dan het plaatje wat in mijn herinnering naar boven wilde borrelen. Een sepia gekleurde foto, saai en somber en in mijn herinnering was het dorp juist warm groen en goud getint. Aardse tinten gerelateerd aan bomen, planten en bloemen. Het was in het voorjaar geweest en ik was euforisch. Nu was het herfst. Ik was moe en in mezelf gekeerd. Was ik toen geestelijk nog een kind geweest dan was ik nu een vrouw, in de kracht van mijn vruchtbare jaren. Zo voelde het nu echter niet, het was alsof ik totaal opgebrand was en afgeleefd. Het verwarde me. Waren het mijn eigen gevoelens eigenlijk wel die ik nu voelde? Voelde ik niet de emoties van iemand anders? Was ik toen iemand anders? Was ik juist nu iemand anders dan toen? Het luikje in mijn hersenpan was blijkbaar een gemene valkuil.

Ik reed door de straat die als hoofdstraat aangegeven stond van het Zeeuws-Vlaamse dorp met zijn duidelijk Vlaamse voorkomen. Smalle straatjes en verschillende types huizen, chaotisch, schots en schilderachtig scheef. Oude vervallen huisjes naast moderne nieuwbouw. Dit gebied beneden de Wester-Schelde hoorde bij Nederland. Politiek gezien was het ergens in 1830 met één verdrag meer of minder zo bepaald. Geografisch stoorde het me als ik de weerkaart van het televisie journaal zag, want het hoorde voor mij bij Vlaanderen.

In het centrum van het dorp aangekomen, werd mijn oog naar een aanplakbord getrokken waar een toneelstuk werd aangekondigd. Met een schok realiseerde ik me wat er op de poster stond. Dat kon geen toeval zijn net nu ik hier langs kwam. Of het was geen toeval dat ik van mijn weg was afgeweken? Ik betrapte mezelf op mijn dualistische houding, die ik meende te hebben afgelegd. Hoe dan ook, het was alsof ik met een tijdmachine terug werd geworpen! De poster was schreeuwerig van kleur en een grote belettering meldde: ‘wegens groot succes herhaling van: De vrouwen van Jacob.’ Het zou worden opgevoerd door toneelgroep… Verder kon ik het al rijdende niet meer lezen. Ik kon niet langzamer rijden wat er zat iemand vlak achter mij en ik had geen zin in een harde zoen in mijn nek met hoofdpijn en verzekeringsergernis achteraf. Bovendien was mijn auto nieuw, en ik was er trots op dat ik dit met hard werken voor elkaar had gekregen. Ik had de auto voor mijn werk broodnodig. Dat het een sierlijk ogende luxe uitgevoerde cabrio was, was mijn bewuste keus. Ik mocht graag een beetje de show maken en vond het heerlijk als mannen het niet pikten dat ik hen in een dergelijke wagen voorbijschoof op de weg. Ik gaf derhalve meer gas.

Hoe moest ik dit hele malle verhaal inlassen? Toeval toch zeker? Toeval bestaat, of niet soms? Ik had dergelijke beweringen en bezweringen als een vorm van fatalisme achter mij gelaten. Er heel bewust een dubbele streep onder getrokken: ik wilde het niet meer! Het was voorbij, een afgesloten periode waarin alles een functie moest hebben, niets voor niets was en overal een lering uit getrokken moest worden. Nee, als ik een vlek op mijn nieuwe pantalon had gemaakt dan had dat geen betekenis voor mijn toekomst of mijn verleden, maar had ik domweg geknoeid! Punt. Luikje dicht! Trouwens, zo luidde mijn bewijsvoering, het alternatieve circus, zowel de filosofie als de geneeswijzen, hadden Sophia toch ook niet kunnen helpen? Haar naam vlamde als een pijnscheut door me heen. Lang had ik niet aan haar willen denken en mijn drukke leven kwam daarbij goed van pas. Ik wist heus wel dat ik het forceerde maar had ik een keus gehad dan?

Bijna automatisch was ik de mij zo bekende straat ingereden.

"Of had een onzichtbare hand mij geduwd? Nee, het kwam het door die maniakale autorijder toch zeker?" Weer dat dualisme, weer die onzekerheid die me verlamde. Wie trok dat luik nu weer open? Langzaam rijdend naderde ik het bewuste huis. Mijn hart klopte in mijn keel, het zag er zo vertrouwd uit, alsof het zich gisteren allemaal had afgespeeld en er niets was veranderd. "Menige bioscoopfilm of toneelstuk begint zo," dacht ik wrang, maar nu zat ik er zelf middenin. Spookachtig en onwerkelijk.

De straat leek stil en verlaten, het werd nu ook snel donker maar dat hinderde mij niet, ik had hier vaker gestaan in het pikkedonker, voor de deur van nummer 14. Uren achterelkaar, debatterend met mezelf. Dat waren emotioneel slechte weken geweest voor mij. Er was geen beweging in het huis te bekennen. Net als toen. Ik wist niet wat ik het liefste had gehad, deze doodse stilte of dat iemand plotseling de deur had geopend en me naar binnen had geroepen. Ook de naast gelegen huizen lagen als donkere silhouetten te rusten. Of hielden ze de wacht? Het was bewolkt, geen maan te zien en op een man met hond na, was de straat verlaten. Had ik er wel goed aan gedaan om aan deze ingeving gehoor te geven? Het raakte me. Mocht het me niet raken dan? Nee, ik wilde die pijn niet weer, maar het kwaad was al geschied, dus te laat voor spijt betuigingen. Ik stond hier al. Dat komt ervan opwellingen te volgen. Berouw komt immers na de zonde. En na de zonde? De zondvloed....Was het zonde geweest dan? Wat was dan overdrachtelijk gezien de zondvloed? Mijn tranen, mijn woede, de blamage? Herinneringen drongen zich verder aan me op. Negeren had geen zin meer, ophouden ging niet meer. Beelden borrelden nu rijkelijk naar boven. En ik maar denken dat die pijnlijke herinneringen allang over waren. Mijn lichaam wist het beter te vertalen dan ik zelf. Zweetdruppels parelden tussen mijn wenkbrauwen. Ik had alles keurig weggestopt zoals grote mensen dat graag doen. In die zin was ik dus nu echt volwassen geworden, schamperde mijn alter ego.

"Heb je er dan niets van geleerd Roos?"

Het gehele boek kunt u geleverd krijgen in PDF-format door € 7,50 over te maken op ING-bankrekeningnummer 9321381 van HERBARU B.V. Terneuzen onder vermelding

PER SALDO NAAKT

 

Voor inlichtingen, opmerkingen, commentaar enz.

email Lotte RUITER

Telefoon: 0115 - 85 12 65

Terug naar begin